News

De schuldvraag omzetten in preventie

18 december 2018

De afgelopen tijd hebben we veel in de media voorbij zien komen over bouw(on)veiligheid. Dit is veelal naar aanleiding van de wijzigingen in de Bouwregelgeving die Minister Ollongren gaat doorvoeren.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeert uit verschillende onderzoeken dat er sprake lijkt van een schuldcultuur. Bouwbedrijven zijn na een ongeluk meer bezig met het afwentelen van de schuld, dan met het verbeteren van de veiligheid.

Al in 2016 adviseerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid één centrale partij aan te wijzen die verantwoordelijkheid draagt voor een systematisch proces van risicobeheersing voor het gehele bouwproces, met inbegrip van de omgevingsveiligheid. En dat de overige partijen worden verplicht om onder regie van de aldus aangewezen partij zodanig met elkaar samen werken als nodig is voor een doelmatige organisatie van dat proces van risicobeheersing. Dit advies neemt de Minister nu ter harte, kortom er dient meer aandacht te komen voor preventie.

De schuldvraag omzetten in preventie blijft vaak steken, door de boetecultuur, de aansprakelijkheidsstelling en ook de advocatuur die vanwege haar functie terecht organisaties ondersteunt bij het focussen op het afhandelen van aansprakelijkheidsstellingen. De rol voor risico-inventarisatie, risicobeheersing en risicoreductie komt in de hele afhandeling niet voor. Het in beeld hebben van de risico’s helpt daarentegen wel om te acteren.

Echter, als een bedrijf voldoet aan alle aspecten van de mogelijkheid om boetevermindering te krijgen op basis van de beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandigheden artikel 11, dan wordt toch heel vaak een boete opgelegd, die daarbij als heel onterecht wordt ervaren.

Dit is goed te illustreren aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Een medewerker van een installatiebedrijf met 160 medewerkers is door het dak gevallen bij het plaatsen van een zonnepaneel. Hij is op de onderliggende betonnenvloer terecht gekomen. De riscio’s waren in kaart waren gebracht, er was (aantoonbaar) instructie gegeven over het werken op hoogte en het gebruiken van veiligheidslijnen en valbeveiliging. De toegepaste valbeveiliging was gekeurd en werd ook gedragen door de medewerker. De lijn was echter te lang, waardoor de medewerker op de grond is gevallen. Boete 18.000 euro, terwijl er gelukkig geen blijvend letsel te betreuren is. Het bedrijf reageert: ‘Als we dit geld hadden moeten investeren in extra middelen of opleiding, dat hadden we nog begrepen. Nu is het puur een boete, terwijl we toch ook niet naast elke medewerker alles kunnen controleren?’ In dit geval was de vallijn te lang.  Je wilt (en denkt) als bedrijf er alles aan te doen om veilig te werken. Daar zit de spanning. Ondanks alle inspanningen om veilig te werken, gebeurt er toch een ongeluk én daarbovenop komt nog een boete.

Ik snap de opmerkingen van het bedrijf wel, daarbij denk ik dat de aandacht voor boetes en aansprakelijkheid afleid van de essentiële noodzaak voor veiligheidspreventie en het goed gebruiken van de middelen.

De vraag is of de wijzigingen die Minister Ollongren doorvoert de focus gaan verleggen van schuldvraag naar veiligheidspreventie.

Roelof KleinJan
Veiligheidskundige

DEEL DIT