News

Machineveiligheid is nog geen procesveiligheid

In Vakblad Arbo nr. 1 2017 is het interview ‘verborgen risico’s’ te lezen. Hierin brengt Danny Waterink – Teammanager Industriële Veiligheid een veelvoorkomend probleem aan het licht. ‘Machinebouwers hebben veel verstand van hun machine; dat is hun kindje. Maar ze weten niet altijd precies wat de klant met die machine gaat doen.’

Machineveiligheid en procesveiligheid. Niet veel werkgevers zullen zich bewust zijn van de verschillen. Maar ze zijn wel degelijk belangrijk. Want ook al zet die werkgever zijn bedrijf vol met machines die aan alle eisen voldoen, dan is het hele proces mogelijk toch onveilig.

Na de transactie zijn beide partijen tevreden. De klant heeft een goede drooginstallatie gekocht voor een goede prijs, de fabrikant heeft iets geleverd waar hij achter staat. Want de machine voldoet immers aan alle veiligheidsvoorschriften uit de Machinerichtlijn. Alles in orde dus? Niet volgens Danny Waterink, Teammanager Industriële Veiligheid bij Kader, bureau voor kwaliteitszorg b.v. “Die fabrikant had wel een veilige machine geleverd. Maar hij had zich niet goed gerealiseerd hoe die precies zou worden ingezet. Deze klant gebruikt die machine voor een droogproces in de voedselindustrie. Tijdens dat droogproces zijn brandbare stoffen aanwezig – het is niet ondenkbaar dat er tijdens de productie ontstekingsbronnen ontstaan. En dus veroorzaakt deze veilige machine toch potentieel onveilige situaties.”

Beperkt blikveld
Waterink ziet dit probleem vaker. “Machinebouwers hebben veel verstand van hun machine; dat is hun kindje. Maar ze weten niet altijd precies wat de klant met die machine gaat doen. Vaak is er tijdens het onderling overleg alleen maar gesproken over de kwaliteit van het product, en hoe een bedrijf kan voorkomen dat het veel moet weggooien. Maar welke stoffen de klant erin gaat mengen en bij welke procescondities, dat blijft buiten beeld. Bovendien is zo’n machine vaak onderdeel van een grotere installatie, de fabrikant weet niet altijd wat ervoor en erna zit. Door dit beperkte blikveld is hij er bijvoorbeeld op gefocust dat er vooral geen hand tussen de bewegende delen komt. Terwijl het ook kan gebeuren dat een hele installatie explodeert.” Dat klinkt allemaal als knullige miscommunicatie, maar volgens Waterink is het heel begrijpelijk. “Als jij een blender koopt, weet je precies waarvoor je hem wel en niet kan gebruiken. Je zult er geen wasbenzine in gooien. Maar de machines waar we het hier over hebben zijn vele malen gecompliceerder. Vaak kun je het niet eens machines noemen, maar gaat het eerder om procesinstallaties: sommige beslaan een zesde van een voetbalveld. Bovendien schrijdt de techniek in een ongelooflijk tempo voort: de benodigde kennis bij bedrijven verandert zo’n beetje dagelijks.”

Onderhoud
Dat blijkt vooral tijdens onderhoud. “Computers en sensoren kunnen tegenwoordig alles monitoren”, zegt Waterink. “Voor het onderhoud zijn er nauwelijks meer mensen nodig. Maar zo af en toe vindt er een storing plaats die niet softwarematig valt op te lossen. Dan moet iemand daar toch fysiek naar toe. Vervolgens blijkt de zaak zo ingewikkeld dat fouten bijna niet zijn te vermijden. Dan krijgt zo’n monteur bijvoorbeeld de opdracht om gedeelte zes te repareren in plaats van deel vijf. Maar als je daar eenmaal staat, is het verschil nauwelijks te zien.” Veilige machines, onveilige processen. Waterink ziet het probleem vooral in de voedingsmiddelenindustrie. “Bij de olieverwerkende bedrijven en de petrochemische industrie zie je niet die eenzijdige nadruk op machineveiligheid. Daar kijken ze van oudsher al naar de hele keten, naar het hele proces. Maar voedselverwerkende bedrijven hebben langer een arbeidsintensief proces gehad, met afzonderlijke machines. Bovendien hebben ze in die branche te maken met lagere marges en dus is er op het gebied van veiligheid ook minder mogelijk. Daar moet ik wel bij zeggen dat ze de laatste jaren heel veel van de olieverwerkende en petrochemische industrie hebben afgekeken. Je ziet de inzichten op het gebied van procesveiligheid duidelijk doordruppelen.”

Stel dat een fabrikant een veilige machine levert. En dat het met die veilige machine toch misgaat. Wie is er dan verantwoordelijk? Een moeilijke vraag, zegt Waterink. “Soms is het duidelijk. Als een fabrikant heeft gezegd dat zijn machine ook geschikt is voor gebruik in een explosief gebied, dan trekt hij daarmee de verantwoordelijkheid naar zich toe. Anders ligt het als daar helemaal niet over is gesproken: dan ligt die verantwoordelijkheid waarschijnlijk bij de gebruiker. Maar in veel gevallen is er natuurlijk sprake van een grijs gebied: de bouwer zegt dat deze vorm van gebruik niet aan de orde is geweest, de klant zegt dat het wel degelijk is besproken. In dat geval ligt het oordeel natuurlijk bij de rechter.”

Oplossing
Wat moet er nog meer gebeuren? Volgens Waterink is het belangrijk dat machinefabrikanten verder kijken dan hun eigen product. En dat ze in een vroeg stadium met de klant aan tafel gaan zitten om te praten over de veiligheid van het hele proces. “Je moet je voorstellen dat dit soort vergaderingen nu al plaatsvindt, maar dan zonder dat de machinebouwer vertegenwoordigd is. Dan zit er iemand bij die ongeveer weet hoe de machine in elkaar zit, maar niet helemaal. Juist een vertegenwoordiger van de fabrikant kan op een gegeven moment zeggen: “Jullie hebben mij gevraagd voor een machine die wordt gebruikt op die en die manier. Maar nu hoor ik dat in het uiterste geval ook sprake is van een heel ander gebruik. En daar is mijn machine gewoon niet voor gebouwd.” En dan? Dat betekent dat de fabrikant aan die machine moet sleutelen. En dat kost dus meer geld. “Dat is inderdaad een belangrijk aspect”, zegt Waterink. “Sommige bedrijven zijn erg bezig met hun imago: wij willen absoluut te boek staan als het veiligste bedrijf. Andere leggen meer nadruk op de financiën, zij voelen de druk van de aandeelhouders. Welke keuze een werkgever maakt, daar kan ik uiteraard niet over beslissen. Maar ik heb wel een advies: zorg dat je eerst alle risico’s boven tafel krijgt. Pas als je dat lijstje helemaal compleet hebt, kun je integraal beoordelen of iets veilig genoeg is en wat er eventueel nog moet gebeuren.”

DEEL DIT