News

Naleven verplichting voor energiebesparing eenvoudiger en duidelijker

Op 7 juli 2014 en 6 augustus 2014 zijn respectievelijk de wijziging van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling in de Staatscourant gepubliceerd. De inspraakperiode voor het Besluit en de Regeling loopt tot en met 29 september 2014. Deze wijzigingen hebben een belangrijke invloed op de verplichting om energiebesparende maatregelen te treffen.

De Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit verplicht bedrijven en instellingen energiebesparende maatregelen te treffen zodra deze zichzelf binnen vijf jaren terugverdienen. Als uitvloeisel van het vorig jaar bereikte Energieakkoord zijn nu lijsten opgesteld met bedrijfseconomisch haalbare maatregelen voor energiebesparing. Handhaving van naleving ligt bij gemeenten.

De lijsten met ‘erkende maatregelen’ zijn opgesteld om bedrijven een hulpmiddel aan te reiken. Volgens Staatssecretaris Mansveld zijn de gekozen maatregelen en de lijsten in overleg met de sectoren opgesteld, althans zo zegt zij in haar brief aan de tweede kamer. Het gaat om zeven sectoren: de metaal, de autoschadeherstelbranche, de rubber- en kunststofindustrie, datacenters, zorginstellingen, scholen en kantoren. De staatssecretaris claimt dat de erkende maatregelen zich ook daadwerkelijk terugverdienen.

Volgens de brief betreft de opgestelde lijst voor kantoren expliciet de ‘publieke kantoren’. Voor andere ‘kantoorintensieve sectoren’ in het bedrijfsleven wordt nog overleg gepleegd. Hiermee is voor veel gebouweigenaren het Activiteitenbesluit een concreet en tegelijk dwingend instrument geworden.

Toezicht op naleving van het Activiteitenbesluit ligt bij de gemeenten. Eerder werd al bekend dat bij gemeenten weinig capaciteit bestaat voor consequent toezicht en opvolging. De brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu gaat niet verder dan dat “nadere afspraken (gemaakt worden) met lokale overheden over hun aanpak en de intensiteit van het toezicht op de naleving van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit”.

De wijzigingen zijn vooral gericht op het verduidelijken van de verplichting in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit. De uitvoeringspraktijk moet op een eenvoudige manier energiebesparing realiseren. Ook het toezicht op energiebesparing moet eenvoudiger worden.

Voor alle partijen in de uitvoeringspraktijk is het belangrijk om kennis te nemen van de voorgestelde wijzigingen. Het is nu namelijk nog mogelijk om verbetersuggesties aan te leveren tijdens de inspraakperiode. Daarnaast kunnen gemeenten, provincies en omgevingsdiensten zich nu goed voorbereiden op een veranderende uitvoeringspraktijk. Tijdig op de hoogte raken van de toekomstige wijzigingen is dan belangrijk.

Meer informatie over EPA advies, EPA adviseur

DEEL DIT