News

Werkgever schuift verantwoordelijkheid arbeidsongeval af en legt schuld bij werknemer. Wie heeft gelijk?

18 juni 2020

Feiten

Bij een bedrijf dat werkzaam is in de natuurstenenbranche heeft een ongeval plaatsgevonden. De werknemer in kwestie is verantwoordelijk voor het polijsten en snijden van deze natuurstenen. Op de dag van het ongeval bestuurde de werknemer de heftruck en wilde hij een natuurstenenplaat van een standaard halen. Op deze standaard lagen vier platen die 105 kg per stuk wegen. Bij het heffen van een van deze platen werden de andere platen aangetikt, met als gevolg dat een plaat kantelde. Een tweetal collega’s van de werknemer is daarbij aanwezig. Een van de collega’s probeerde de andere, bewegende platen, tegen te houden. Toen de werknemer hoorde dat er om hulp werd geroepen, sprong hij uit de heftruck en schoot te hulp, in een poging de hellende steen/stenen tegen te houden. Daarbij is het linkerbeen van de werknemer onder de plaat terecht gekomen en op twee plekken gebroken. De werknemer is vervolgens arbeidsongeschikt verklaard, heeft een operatieve ingreep moeten ondergaan en lijdt nog steeds aan pijnklachten.
De werkgever heeft geen aansprakelijkheidsverzekering die dekking biedt voor de schade die de werknemer lijdt. Daarbij is hij van mening dat hij niet aansprakelijk is voor de schade van de werknemer omdat deze bewust roekeloos gehandeld zou hebben. De werknemer en de werkgever komen er onderling niet uit, waardoor werknemer naar de rechter stapt.

Eis werknemer

De werknemer lijdt materiële en immateriële schade en wil graag vergoed worden door de werkgever. Hij stelt dat hij hier recht op heeft aangezien er sprake is van een arbeidsongeval en beroept zich op art. 7:658 BW. In dit artikel staat centraal dat een werkgever altijd aansprakelijk is voor een bedrijfsongeval, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan, dan wel dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of roekeloosheid van de werknemer.

Verweer werkgever

De werkgever stelt dat hij niet aansprakelijk is omdat de werknemer geheel op eigen houtje heeft gehandeld en alle regels “aan zijn laars heeft gelapt”. Het was de werknemer verboden om op de heftruck te rijden, alleen de vennoten mochten dat doen. Daarnaast was het niet de taak van de werknemer om een plaat van de standaard af te halen. De plaat die hij die middag tussen 4 en 6 uur moest zagen stond al voor hem klaar. De plaat die hij pakte stond voor de volgende dag gepland om te bewerken en zou de volgende ochtend door de twee vennoten klaargelegd worden. Er is volgens hem dus geen sprake van een arbeidsongeval, omdat dit niet binnen de normale werkzaamheden van werknemer valt. De werkgever stelt daarnaast dat hij aan de zorgplicht heeft voldaan omdat hij de werknemers goed heeft geïnstrueerd over het gebruik van alle materialen en de veiligheidsregels in/op de werkvloer. Regelmatig werd tijdens vergaderingen mondeling aandacht gevraagd voor de regels die gelden binnen het bedrijf. De werknemer beschikt niet over een heftruckcertificaat en zelfs niet over een rijbewijs. Hij mocht niet op de heftruck rijden en dit is hem meerdere malen aangegeven.

Oordeel rechter

De rechter neemt kennis van alle feiten. Uit het ongevalsrapport van Inspectie SZW en aanvullende getuigenverklaringen komt naar voren dat de werknemer al vaker, zelfs de ochtend vóór het ongeval, de heftruck bestuurde en tevens eerder hiermee betreffende platen heeft verplaatst. Een andere getuige verklaarde dat de werknemer uitleg heeft gekregen over hoe hij een natuurstenenplaat moest oppakken. Tevens blijkt uit onderzoek dat de sleutels altijd in de heftruck zaten en dat er geen toezicht was op naleving en het gebruik.

De rechter komt uiteindelijk tot de conclusie dat er sprake is van een arbeidsongeval die werkgever is te verwijten. De werknemer gebruikte structureel de heftruck als de vennoten er niet waren. De werkgever heeft in het licht van artikel 7:658 BW een zorgplicht om veilige werkomstandigheden te creëren. De rechter oordeelt dat de zorgplicht is geschonden. Er is onder meer geen adequaat toezicht gehouden op het gebruik van de heftruck, tekenend is de verklaring dat de sleutels altijd onbeheerd in het contact van de heftruck zaten. Het verweer van de werkgever faalt, bewust roekeloos handelen van werknemer is onvoldoende aantoonbaar gemaakt en de rechter verklaard dat de werkgever aansprakelijk is voor de kosten die de werknemer lijdt ten gevolge van het arbeidsongeval.

Bron: Rechtspraak.nl – ECLI:NL:RBROT:2019:10584 – Rechtbank Rotterdam – 26-07-2019
DEEL DIT