News

Trage verduurzaming kantoren: dit zijn de harde data

14 april 2021

Met minder dan twee jaar voordat kantoren minimaal label C moeten hebben, ligt de vastgoedsector allesbehalve op koers. Het Kadaster leverde Vastgoedmarkt gedetailleerde data. De Nederlandse kantorenmarkt biedt nog een schat aan kansen voor partijen die zich bezighouden met verduurzaming. Uit onderzoek van Vastgoedmarkt in samenwerking met het Kadaster blijkt dat de Nederlandse vastgoedsector nog wat te doen heeft. 

Van de 78.778 kantoorruimten waren er eind 2020 nog 64.676 zonder het vereiste energielabel. Medio 2018 waren dat nog 72.725. In tweeëneenhalf jaar tijd kregen dus 8.049 kantoren een energielabel van C of hoger terwijl ze dat daarvoor nog niet hadden. Als de verduurzaming in dit tempo doorgaat, zal het grootste deel van de Nederlandse kantoren begin 2023 niet aan de labelplicht voldoen. 

Hoe weinig de vastgoedeigenaren vooruitlopen op de duurzaamheidseis, blijkt uit het kleine aandeel kantoorgebouwen waarvoor überhaupt een label is aangevraagd. Medio 2018 waren er maar 9.578 gelabelde kantoorgebouwen. Eind 2020 was dat aantal met 10.250 gegroeid naar 19.828. Aan de rest van de voorraad, 58.950 kantoren, hangt nog geen energielabel. Dat komt neer op 75 procent van de panden. 

Vooral winst door eerste toekenning energielabel 

Heeft die officiële keuring van de energieprestatie eenmaal plaatsgevonden, dan is de uitkomst wel vaker positief. In 2018 was 63 procent van de toegekende labels C of hoger. Dat aandeel was eind 2020 gestegen naar 71 procent. Niet alleen het aantal labels nam dus toe, maar ook het percentage labels waarmee het gebouw aan de eis van 2023 voldoet. 

Het grootste deel van die procentuele toename van kantoren met minimaal C is toe te schrijven aan gebouwen die in 2018 nog geen label hadden. Van die panden bleken er eind vorig jaar 7.469 energielabel C of hoger te hebben. In hoeverre daar verduurzaming aan vooraf ging, is op basis van alleen dit getal niet te zeggen. In een vervolgpublicatie zal Vastgoedmarkt op deze vraag ingaan. 

Weinig stappen van onduurzaam naar duurzaam 

Met de voorraad gebouwen die al gelabeld waren, is het een moeilijker verhaal dan met de die gebouwen die nog geen label hadden. Veel minder vaak maken eigenaren de stap om te voldoen aan de minimumeis. De cijfers voor de gebouwen die medio 2018 en eind 2020 een label hadden, laten dat zien. In 2018 waren er 3.525 kantoorpanden met label D, E, F of G. Eind 2020 hadden maar 858 van de gebouwen label C of hoger. 

Bij een deel van de kantoren die medio 2018 al een label hadden, is de barrière hoog, zo leert een blik op de panden die in 2020 hetzelfde label hadden. Waarschijnlijk is dat een deel van de Nederlandse voorraad kantoren waar in de tussenliggende periode weinig werd verduurzaamd. Van deze kantoren hebben er 2.384 een label slechter dan C. Een flink aantal daarvan, 946, heeft het slechtste energielabel dat er is: G. 

Spouwmuur- of dakisolatie 

Laten veel eigenaren van kantoren met label G die verduurzaming naar C maar helemaal zitten? Het zou geen verbazing wekken. De maatregelen die ze daarvoor moeten nemen zijn niet mis, zo is te concluderen op basis van een rapport uit 2016 van het EIB en ECN. Eigenaren van panden met label G moeten uitgaan van de combinatie van spouwmuurisolatie, HR++-beglazing, hoogfrequente verlichting, een veegpulsschakeling en een hoogrendementsketel. Mocht zo’n pand toe zijn aan groot onderhoud, dan is het ook een optie om het dak te isoleren. Dan hoeft er geen HR++-glas en geen hoogfrequente verlichting aan te pas te komen. 

In Nederland blijken nog duizenden van die gebouwen te staan die in de verste verten niet voldoen aan de eisen van minimaal label C. Eind 2020 hadden alleen al van de 19.828 panden met een energielabel 2.151 de letter G. De 58.950 gebouwen zonder label zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. Een deel hiervan zal bij een energiekeuring niet verder komen dan label G. 

Voorsorteren naar label A 

Voor andere kantoorgebouwen geldt dat de eigenaren de blik al voorbij 2023 hebben gericht. Om kantoren met label E of F de stap te laten maken naar label C is ledverlichting nodig. Voor de stap van F naar C is bovendien een veegpulsschakeling nodig. Dat lijkt te overzien. Maar waarom zou je een gebouw verduurzamen naar label C als de overheid nu al voorsorteert op minimaal label A in 2030? Ook met een stap naar dat label zullen kosten gemoeid zijn. Waarom twee keer verduurzamen als het ook in één keer kan? 

De eigenaar die verduurzaamt, gaat steeds vaker voor A. Of hoger zelfs, want achter de letter kunnen maximaal vier plussen staan ten teken dat het pand nog energiezuiniger dan energiezuinig is. Het aantal kantoorpanden met minimaal label A steeg van 3.328 medio 2018 naar 8.191 eind 2020. Een flink deel van die aanwas, 4.416 gebouwen, was in 2018 nog niet gelabeld. Maar er zijn ook bijna 411 gebouwen bij die in 2018 nog lager dan C scoorden: 148 hadden D, 85 hadden E, 72 hadden F en 106 hadden zelfs G. De ambitie om energielabel A te halen is interessant voor installatiebedrijven en leveranciers van zonnepanelen, blijkt uit het rapport van EIB en ECN. Zonne-energie is een van de laatste stappen van B, C, D, E, F of G naar A. 

Conclusie 

Vastgoedeigenaren wachten lang met het verhogen van de energieprestaties van kantoorgebouwen. Een deel van die panden zal na 1 januari 2023 naar verwachting van Vastgoedmarkt niet voldoen aan de eis van minimaal label C. Van de vastgoedeigenaren die wel werk maken van de energieprestaties van hun kantoren, slaat een groot deel de eis van label C over en gaat meteen voor minimaal A. Het duurt dus even en niet iedereen doet mee. Maar wie het doet, doet het vaak goed. 

Vastgoedmarkt,
29 maart 2021 

DEEL DIT

Nieuwsbrief ontvangen?



    Ik ontvang graag de nieuwsbrief EPAIk ontvang graag de nieuwsbrief Veiligheidskunde
    Ik ben het eens met het privacy statement van Kader Opleidingen.