News

Werkgevers worstelen met het meten van gevaarlijke stoffen

22 juni 2020

Het AD berichtte vorige week over de worsteling van werkgevers met het kiezen van de juiste meetmethodes van gevaarlijke stoffen. Niet alleen de gezondheid, maar ook de privacy van werknemers komt hierdoor in het geding. De Sociaal Economische Raad (SER) heeft vandaag een advies gepubliceerd dat werkgevers op weg moet helpen.

Meetmethoden

Van werkgevers wordt verwacht dat zij de concentratie gevaarlijke stoffen binnen de werkomgeving streng in de gaten houden. Dit gebeurt onder meer door metingen in de lucht. Dat kan door middel van conventionele meetmethoden, zoals een CO2-melder of andere sensoren die de concentratie van gevaarlijke stoffen in de lucht meten. Andere technieken zijn biomonitoring en sensoring. Met biomonitoring worden gevaarlijke stoffen uit de werkomgeving in het lichaam gemeten, bijvoorbeeld via bloed of urine. (Bio)sensoring wordt buiten het lichaam toegepast en kan ook gebruikt worden om andere arborisico’s te meten.

Toch hebben deze meetinstrumenten niet vanzelfsprekend meerwaarde ten opzichte van conventionele meetmethoden, zo blijkt uit het SER-advies Biomonitoring en sensoring: gezondheid en privacy op de werkvloer centraal.

Privacy

Biomonitoring en biosensoring bieden weliswaar nieuwe mogelijkheden om veiliger en gezonder te werken, maar dit positieve effect kan makkelijk botsen met ethische aspecten en het belang van werknemers bij bescherming van hun privacy, aldus de SER. De inzet van biomonitoring en biosensoring vraagt daarom steeds een zorgvuldige afweging van de daaraan verbonden voor- en nadelen.

Een test mag alleen op vrijwillige basis plaatsvinden, een werkgever kan zijn werknemers niet verplichten. Daarnaast heeft alleen de bedrijfsarts toegang tot de resultaten en mogen ze met niemand anders dan de werknemer worden gedeeld, mits er reden is tot zorg. Dan schakelt de bedrijfsarts een arbeidshygiënist en wordt de werkgever geadviseerd over passende maatregelen.

Voorkeur voor omgevingsbeoordelingen

De raad heeft een voorkeur dat gevaarlijke stoffen op de werkplek niet biologisch maar via omgevingsbeoordelingen worden gemeten, als daarmee de blootstelling aan een gevaarlijke stof even goed of beter kan wordt bepaald.

Kennis en interpretatie van groot belang

Met de opkomst van sensoren is een discussie op gang gekomen over de kwaliteit en bruikbaarheid van de verkregen data. Deze discussie heeft verschillende dimensies. Het gaat hierbij in eerste instantie om de betrouwbaarheid van de data (geeft de sensor bij herhaald gebruik dezelfde waarden), hun validiteit (meet het instrument wat het moet meten) en accuraatheid (hoe precies is de meting). Daarnaast is de vraag of gebruikers de sensoren op de juiste manier kunnen inzetten en of ze in staat zijn om de verkregen data correct te interpreteren. Immers, voor het verkrijgen van betekenisvolle data is het van belang om de juiste meetstrategie te kiezen. Zo is voor sensoren die stoffen in een werkruimte kunnen detecteren, bijvoorbeeld van belang dat deze op de juiste plaats(en) worden aangebracht. Een andere aandachtspunt is dat de interpretatie data kennis vereist.

Praktijkgericht meten van blootstelling op de werkplek

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan inzichtelijk worden gemaakt door te meten, maar vaak blijkt dit helemaal niet nodig en is het kostenefficiënter om blootstellingsmodellen in te zetten. Wat is wanneer de beste keuze? Hoe bepaal ik de juiste meetstrategie voor de stoffen binnen mijn eigen organisatie? Welke meetmethoden en -apparatuur moet ik in welke situaties gebruiken? Hoe gebruik ik deze en wat kan ik met de output? En wanneer voldoe ik aan mijn zorgplicht als werkgever nu, maar ook op langere termijn? Allemaal vragen uit de praktijk, van organisaties die door de bomen het bos niet meer zien en op zoek zijn naar houvast!

Kader komt in het najaar van 2020 met de opleiding “Gevaarlijke stoffen; praktijkgericht meten van blootstelling op de werkplek”. In deze praktijkgerichte opleiding staan de antwoorden op eerder genoemde vragen centraal. U leert;

  • Welke wettelijke verplichtingen er gelden t.a.v. het werken met gevaarlijke stoffen op de werkplek, en hoe u hier aan voldoet;
  • Hoe u inzicht krijgt in de fysische- en toxicologische aspecten van stoffen;
  • Hoe u een meetstrategie opzet;
  • Welke schattingsmethodieken er zijn en hoe u de belangrijkste leert gebruiken;
  • Welke meetapparatuur voorhanden is en hoe u deze dient te gebruiken (praktijkgericht meten);
  • Hoe u de meetgegevens dient te interpreteren t.o.v. normen en gezondheidskundige waarden;
  • Hoe u dit vastlegt in een rapport (verdiepende RI&E).

Wilt u meer weten over deze opleiding? Download hieronder de factsheet!

 

Voor deze opleiding geldt ‘vol is vol’. Wilt u alvast, geheel vrijblijvend, een plekje reserveren? Dat kan!

 

Bron: AD, SER – Biomonitoring  en sensoring Gezondheid en privacy op de werkvloer centraal.
DEEL DIT

blootstelling gevaarlijke stoffen