News

Wijziging Arbeidsomstandigheden wet positief voor de arbeidsveiligheid?

15 september 2016

De duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking verbeteren in een veranderende arbeidsmarkt. Zo luidt het centrale thema van het wetsvoorstel wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet door minister Asscher (Sociale Zaken) dat op woensdag 7 september j.l. in de Tweede Kamer is besproken.

Het wetsvoorstel richt zich voornamelijk op de positie van de bedrijfsarts, preventie, handhaving en toezicht. Minister Asscher wil bijvoorbeeld meer betrokkenheid van de werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening, preventie en de positie van de bedrijfsarts. Enkele voorbeelden van wijzigingen zijn: een betere toegang tot de bedrijfsarts, het recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts, uitbreiding sanctioneringsmogelijkheden, invloed van de OR op het aanstellen van een preventiemedewerker en de verduidelijking van de (adviserende) rol van de bedrijfsarts.

Het voorstel krijgt vanuit verschillende richtingen bijval, maar ook kritiek. Schut (VVD) ziet in de wijzigingen vooral procedurele maatregelen die de arbozorg niet verbeteren. Ulenbelt (SP) noemt het wetsvoorstel een ‘lapmiddel’: er moet nog veel meer gebeuren. Maar wat betekenen de wijzigingen voor veiligheid?

Met het oog op veiligheid is bijvoorbeeld het recht op een second opinion een positieve verandering. Een slecht functionerende medewerker werkt risicoverhogend en is daarmee direct van invloed op de veiligheid op de werkvloer. Een betere beoordeling kan bijdragen aan sneller herstel en daarmee een risicoverlagende werking hebben.

Bij de invloed van de OR op de aanstelling van de preventiemedewerker zijn vraagtekens te plaatsen. Op basis van deze verandering zou de OR namelijk naast instemmingsrecht in het takenpakket van de preventiemedewerker n.a.v. het wetsvoorstel ook over instemmingsrecht over de keuze van de persoon van de preventiemedewerker beschikken. Het beoogde doel hiervan is om meer draagvlak te creëren voor de preventiemedewerker,  waar iets voor valt te zeggen, maar dient de OR voor het maken van dergelijke keuzes dan niet ook over een minimaal pakket aan kennis en inzicht op het gebied van veiligheid te beschikken?

DEEL DIT