News

Zzp’er komt om bij arbeidsongeval, is zijn collega zzp’er aansprakelijk?

28 januari 2020

Het werken met onderaannemers en zzp’ers zorgt bij veel opdrachtgevers voor verwarring wanneer het gaat om aansprakelijkheid. Rollen en verplichtingen kunnen voor verschillende partijen onduidelijk zijn. Hoe zit dit wanneer twee zelfstandigen gezamenlijk aan de slag gaan? Wie is er in dat geval aansprakelijk?

Voor opdrachtgevers in de bouw kent de arbeidsomstandighedenwetgeving de bouwprocesbepalingen, te vinden in het Arbeidsomstandighedenbesluit afdeling 5. In de bouwprocesbepalingen is geregeld wat de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever is voor de coördinatie en samenwerking in dit soort (bouw) projecten.

Het wordt lastiger wanneer twee zelfstandigen gezamenlijk aan de slag gaan voor een bedrijf. Dit is goed te illustreren aan de hand van een (helaas) noodlottig ongeval, waarbij twee zzp’ers gezamenlijk aan het werk zijn. Eén van de zzp’ers komt tijdens de werkzaamheden te overlijden. De ander wordt hiervoor vervolgd.

Opdracht

April 2016 geeft Bedrijf X opdracht aan Bedrijf Y voor het monteren/plaatsen van een afzuiginstallatie. Bedrijf Y stuurt een inkooporder naar de eenmanszaak van verdachte, voor het uitvoeren van de montagewerkzaamheden aan de afzuiginstallatie door een ploeg van twee man. Verdachte heeft vervolgens voor deze opdracht zijn collega zzp’er ingehuurd.

Nadat beide zzp’ers gezamenlijk met de directie van bedrijf X en Y een rondje door de bedrijfshal hebben gelopen, en de uit te voeren werkzaamheden hebben besproken, gaan ze aan het werk.

Er moesten diverse montagewerkzaamheden aan een ventilatie-unit nabij het dak worden verricht. Om die werkzaamheden uit te voeren maken de zzp’ers gebruik van een vorkheftruck waarbij op de vorkheflepels een bak is geplaatst. De onderkant van de bak is niet voorzien van een voorziening die het omkiepen van de container vanaf de heflepels kan voorkomen. Verdachte heeft de vorkheftruck bestuurd en het slachtoffer is in de bak gaan staan.

De werkzaamheden

Verdachte heeft de bak (met daarin zijn collega zzp’ers) met de vorkheftruck tot 3,95 meter boven de werkvloer omhoog gebracht. Het slachtoffer is vervolgens begonnen met het opmeten van bepaalde afstanden en het doorgeven daarvan aan verdachte, die zich op de werkvloer bevond om de materialen op maat te maken. Terwijl de verdachte bezig was om een pijp op maat te maken hoorde hij een klap. Het slachtoffer bleek uit de bak te zijn gevallen.

Een getuige heeft gezien dat het slachtoffer zich aan de rechterkant van de bak heeft vastgepakt, waarna hij zich een kwartslag heeft omgedraaid en een stap naar rechts heeft gedaan terwijl hij aan de rechterkant voorover boog. De bak is vervolgens naar rechts gekanteld en het slachtoffer is eruit gevallen. Vervolgens is ook de bak van de heflepels gevallen. Het slachtoffer is ter plaatse aan zijn verwondingen overleden.

Zorgplicht

Een werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden (Arbowet, artikel 3). In artikel 7:658 BW is te lezen dat werkgevers de verplichting hebben om ervoor te zorgen dat werknemers onder veilige omstandigheden hun werkzaamheden uit kunnen voeren en geen schade oplopen.

Belangrijke vraag in deze casus is natuurlijk; kan de verdachte als werkgever in de zin van de Arbowet aangemerkt worden?

Uitspraak

De rechtbank stelt vast dat beiden zelfstandig ondernemers waren. Er was geen sprake van een arbeidsovereenkomst noch van de situatie dat het slachtoffer aan verdachte ter beschikking was gesteld voor het verrichten van arbeid.

De vraag resteert derhalve of verdachte het slachtoffer onder zijn gezag arbeid heeft doen verrichten, als gevolg waarvan verdachte op grond van artikel 1 lid 2 sub a onder 1 van de Arbowet als werkgever zou kunnen worden aangemerkt.

De omstandigheid dat verdachte ten opzichte van de klant het aanspreekpunt was, dat verdachte slachtoffer voor de onderhavige opdracht heeft ingehuurd en dat verdachte zich een hoger tarief voor slachtoffer liet betalen dan slachtoffer aan verdachte factureerde, kan naar het oordeel van de rechtbank duiden op een gezagsverhouding tussen verdachte en slachtoffer

Daartegenover staat dat beiden als zelfstandig ondernemer met elkaar werkten. Als verdachte een klus voor twee man kreeg vroeg hij zijn collega zzp’er vaker mee. Het slachtoffer besliste zelf of hij daar wel of niet op in ging. Beiden waren vakbekwaam.

Verdachte heeft verklaard dat de verdeling van de uitvoering van het werk in onderling overleg tot stand kwam, waarbij het slachtoffer net zo goed de vorkheftruck had kunnen besturen terwijl verdachte in het bakje stond.

De rechtbank concludeert dat wat betreft de uitvoering van de opdracht sprake was van gelijkwaardigheid en dat de rollen van verdachte en slachtoffer nagenoeg inwisselbaar waren. Van een bepalende rol van verdachte was geen sprake.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat van een gezagsverhouding tussen verdachte en slachtoffer niet is gebleken. Gelet hierop kan verdachte niet als werkgever in de zin van de Arbowet worden gekwalificeerd. De rechtbank acht het ten laste gelegde dan ook niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt vrijgesproken.

Bron: Rechtspraak.nl
DEEL DIT

rechtspraak

Relevante links