News

Ziek door blootstelling gevaarlijke stoffen op het werk: Waar recht krom blijkt en blijft.

23 juli 2020

Wanneer een werknemer van grote hoogte van een steiger valt en hier lichamelijk letsel van ondervindt ligt de wettelijke aansprakelijkheid, en daarmee aantoonbaarheid (bewijslast) of voldaan is aan de zorgplicht, bij de werkgever.

Wanneer we echter in dit licht kijken naar de afhandeling van schadeclaims van werknemers die als gevolg van jarenlange blootstelling aan schadelijke stoffen ziek zijn geworden, blijkt de bewijslast ineens verschoven te zijn van werkgever naar werknemer! De werknemer dient ineens aan te tonen dat de werkgever te kort is geschoten in zijn zorgplicht. Waar komt dit verschil vandaan en waarom is het recht hier ineens zo krom?

Uitgangspunt toerekening schade tijdens arbeidsongeval

Aan de basis geldt in geval van schade, door de werknemer geleden tijdens werktijd, civielrechtelijk het artikel 7:658 BW.[1] Langs bestuursrechtelijke en (bijzondere) strafrechtelijke weg zijn Arboregelgeving en eventueel het Wetboek van Strafrecht van toepassing. [2]

Bewijslast in het civiele recht bij werkgever

In het civiele recht hebben artikel 7:658 BW en de jurisprudentie ervoor gezorgd dat er in geval van een arbeidsongeval een verzwaarde bewijslast ligt bij de werkgever. De werknemer toont aan dat er een ongeval heeft plaatsgevonden tijdens werktijd (en eventueel op de werkplek) en de werkgever dient vervolgens aan te tonen dat het ongeval niét aan de werkgever kan worden toegerekend. Dat is nogal een opgave, want hoe bewijs je nu dat iets niét aan jou te wijten is? Dit klinkt helder.

Blootstellingsschade: bewijslast bij werknemer

In geval van beroepsziekten ten gevolge van blootstelling aan gevaarlijke stoffen is tijdens de behandeling van de blootstellingsincidenten Chroom-6 echter gebleken dat wanneer puntje bij het juridische paaltje komt, het tijdens deze slepende procedures tóch in veel gevallen aan de werknemer is gebleken om te bewijzen dat de schade die de werknemer lijdt, aan de werkgever moet worden toegerekend.

Commissie vergemakkelijking schadeafhandeling beroepsziekten: rapport

In maart 2020 is het rapport “Stof tot nadenken”[3] verschenen van de Commissie[4] vergemakkelijking schadeafhandeling beroepsziekten. Het 112 pagina’s tellende rapport schetst een somber beeld van de juridische mogelijkheden voor verhaal van schade ten gevolge van beroepsziekten. Met betrekking tot de juridische mogelijkheden stelt het rapport namelijk:

De praktijk van het aansprakelijkheidsrecht bij beroepsziekten is weerbarstig. Bewijzen ziek te zijn geworden door het werk is vaak lastig, de procedures duren lang, brengen hoge kosten met zich mee en zijn voor werknemers en werkgevers belastend.

Deze commissie en het rapport zijn tot stand gekomen, juist vanwege de gebleken obstakels – binnen het aansprakelijkheidsrecht- bij de afdoening van blootstellingsincidenten met Chroom-6.

Opdracht ontstaan wegens jarenlange kritiek op aansprakelijkheidsrecht

De commissie beschrijft in haar rapport op pagina 20 om welke reden(en) de commissie is ingesteld: “1.3 De context en achtergrond van de opdracht
De kritiek op het functioneren van het aansprakelijkheidsrecht bij de schadeafhandeling van beroepsziekten klinkt al jaren, evenals de roep om een betere, gemakkelijkere weg om compensatie te verkrijgen voor schade als gevolg van een beroepsziekte.”

Als jurist ben ik na deze cliffhanger enorm nieuwsgierig naar de aankomende voorgestelde wijzigingen vanuit deze commissie. De uitkomst van het rapport heeft mij dan ook enigszins verbaasd.

Aansprakelijkheidsrecht ongemoeid: pijlen op preventie

De commissie constateert tevens dat een structurele oplossing van de geschetste problemen bij het verhalen van schade als gevolg van een beroepsziekte, binnen de kaders van het aansprakelijkheidsrecht, niet goed mogelijk is. De gesignaleerde knelpunten zijn inherent aan het aansprakelijkheidsrecht. De commissie laat het aansprakelijkheidsrecht in haar advies daarom ongemoeid.”

Vervolgens zet de commissie in op preventie.

De commissie concludeert dat beroepsziekten voorkomen kunnen worden met een betere preventie, een meer effectieve beheersing van blootstellingsrisico’s, een betere naleving van de verplichtingen uit de Arbowetgeving en een grotere aandacht voor de verbanden tussen werk en gezondheidsklachten in de bedrijfsgezondheidszorg en in de eerste- en tweedelijnszorg.”

Gemiste kans

Alle betrokkenen en deskundigen zijn het eens over de tekortkomingen van het aansprakelijkheidsrecht. De noodzaak om voor mensen die aan een ernstige beroepsziekte lijden tot een snellere, minder kostbare en voor alle partijen minder belastende compensatieregeling te komen, wordt door werkgevers, werknemers, verzekeraars, letselschadespecialisten en medisch deskundigen onderschreven.

Ondanks deze conclusie op pagina 26 is er niet verder gedrukt op deze zere plek.

Wet – en regelgeving wordt opgesteld en gehandhaafd door de overheid. Preventie – hoewel een wettelijke verplichting – wordt uitgevoerd door iedere werkgevers an sich. In mijn ogen zijn wet- en regelgeving nog steeds een middel om tot een vooraf bepaald doel te komen.

De regelgeving, zoals nu is ontstaan, met betrekking tot werkgeversaansprakelijkheid heeft als voornaamste doel de bescherming van de werknemer. Het neerleggen van de nadelige gevolgen van een gebeurtenis bij de meest draagkrachtige, tevens zijnde de partij die zeggenschap heeft over de tijd, plaats en omstandigheden waaronder de werknemer de werkzaamheden moet verrichten.

In het “verkeersrecht” geldt een omgekeerde bewijslast[5]: de “sterkere” verkeersdeelnemer (lees autorijder) is verplicht de schade van de “zwakkere” verkeersdeelnemer (lees fietser) te vergoeden.

Het rapport is een mooi stuk tekst en geeft veel inzicht in achtergronden. Wat mij betreft is het wel een gemiste kans dat er niet tenminste een poging is gewaagd om tot beroepsziekten specifieke regelgeving te komen.

Wendy Franken, als bedrijfsjurist verbonden aan Kader.

Bronnen

[1] 7:658 lid 2 BW: De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
[2] Mocht je hier meer over willen weten, volg dan de Masterclass Aansprakelijkheid in de werkomgeving
[3] https://www.commissievsab.nl/wp-content/uploads/2020/05/Rap.VS_.beroepsziektenBW06a.pdf
[4] https://www.commissievsab.nl/
[5] Hoofdstuk XII. Civiele aansprakelijkheid Artikel 185

  1. Indien een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden, betrokken is bij een verkeersongeval waardoor schade wordt toegebracht aan, niet door dat motorrijtuig vervoerde, personen of zaken, is de eigenaar van het motorrijtuig of – indien er een houder van het motorrijtuig is – de houder verplicht om die schade te vergoeden (…)
DEEL DIT